Een boek ligt niet zomaar in de winkel.

Je hebt grofweg twee wegen als je een boek uit wil geven: je gaat op zoek naar een uitgever of besluit het in eigen beheer te doen. Dat laatste wordt ook ‘selfpublishing’ genoemd, ‘selfpubben’ in het kort.

Toen ik Rancune af had, heb ik het eerst naar een paar uitgeverijen gestuurd. Zoals je misschien al eens hebt gelezen, was dat niet echt een succes. In de meeste gevallen kreeg ik helemaal geen reactie, afgezien van een automatische mail dat het in goede orde was ontvangen en dat ze misschien in de toekomst mogelijk een reactie zouden kunnen geven mocht het manuscript in de smaak vallen. Je raadt het al, met zoveel slagen om de arm zonk de moed me al in de schoenen. Soms werd er doodleuk bij gezegd dat het wel zes maanden kon duren voor ze erop terugkwamen.

Dus werd het selfpubben. Dat vergt nogal wat vaardigheden van een schrijver, want behalve de tekst moet er ook een cover komen. En een flaptekst. En een foto van de schrijver. En een synopsis (samenvatting) voor op de website. Bovendien moest ik nadenken over het lettertype, de indeling per pagina, hoe wilde ik mijn flaptekst op de achterkant hebben en waar kwam de foto?

Veel beginnende schrijvers duizelt het dan. Ik had de hele handel al een keer doorgelopen dus kwam iets beter beslagen ten ijs dan die allereerste keer. Toen vond ik het niet nodig om een ISBN aan te vragen, nu wist ik wel beter. Zonder ISBN geen bibliotheek, geen vermelding op platforms als bol, kortom: veel minder bereik.

Een boek ligt niet zomaar in de winkel

Goed, het papieren boek was klaar. Hèhè 😉 Toen kwam de vraag om een e-boek. Gut, ja. Hoe doe je dat? Nou blijken er allerlei programmaatjes te zijn om dat voor elkaar te knutselen, dus ik dook er een middag in. Trots op mezelf toen dat ook lukte. Vervolgens kwamen er de vraag: ‘Is het er ook als luisterboek?’ Mijn eerste impuls was een beleefd nee, maar na een poosje dacht ik: ‘waarom eigenlijk niet?’ Google is my friend, en ik stuitte op een bedrijf in Zweden (notabene). Na wat mails heen en weer en een digitaal exemplaar dat hun kant op ging, kwam het verlossende woord. Ze vonden de boeken leuk en bestelden ze gelijk alle drie. Terwijl ik deel drie, Verdoemenis, nog moest schrijven.Ik voelde me steeds meer een Echte Schrijver. Ik kreeg een heus contract met royalties.

Dat mensen niet zomaar over je boek struikelen, dat wist ik al. Dus was ik ruim van te voren al begonnen met wat te hinten op social media. Dat is ook nog best een leerschool. Want elk platform blijkt zijn eigen publiek te hebben, en wat op Facebook werkt, doet het lang niet altijd goed op LinkedIn en andersom.

Ik vind al die dingen uitpluizen enorm leuk, al bewaak ik ook mijn grenzen. Enthousiast stortte ik me op allerlei kanalen, van Bluesky tot Mastodon en Threads. Maar ik was er ook massa’s tijd mee kwijt. Ik heb nu een fijne balans voor mezelf, en weet nu beter wat waar gepast is. Zo krijg ik steeds meer contact met lezers en andere schrijvers, en mensen uit de schrijverswereld. Geweldig!

Het hele proces heb ik nu al een paar keer doorlopen, en het blijft leuk. Als selfpubber ben je van vele markten een beetje thuis, en als je net zo leergierig bent als ik, is het een gouden kans om je hersencellen aan het werk te houden.