Een boek ligt niet zomaar in de winkel.
Je hebt grofweg twee wegen als je een boek uit wil geven: je gaat op zoek naar een uitgever of besluit het in eigen beheer te doen. Dat laatste wordt ook ‘selfpublishing’ genoemd, ‘selfpubben’ in het kort.
Toen ik Rancune af had, heb ik het eerst naar een paar uitgeverijen gestuurd. Zoals je misschien al eens hebt gelezen, was dat niet echt een succes. In de meeste gevallen kreeg ik helemaal geen reactie, afgezien van een automatische mail dat het in goede orde was ontvangen en dat ze misschien in de toekomst mogelijk een reactie zouden kunnen geven mocht het manuscript in de smaak vallen. Je raadt het al, met zoveel slagen om de arm zonk de moed me al in de schoenen. Soms werd er doodleuk bij gezegd dat het wel zes maanden kon duren voor ze erop terugkwamen.
Dus werd het selfpubben. Dat vergt nogal wat vaardigheden van een schrijver, want behalve de tekst moet er ook een cover komen. En een flaptekst. En een foto van de schrijver. En een synopsis (samenvatting) voor op de website. Bovendien moest ik nadenken over het lettertype, de indeling per pagina, hoe wilde ik mijn flaptekst op de achterkant hebben en waar kwam de foto?
Veel beginnende schrijvers duizelt het dan. Ik had de hele handel al een keer doorgelopen dus kwam iets beter beslagen ten ijs dan die allereerste keer. Toen vond ik het niet nodig om een ISBN aan te vragen, nu wist ik wel beter. Zonder ISBN geen bibliotheek, geen vermelding op platforms als bol, kortom: veel minder bereik.
