Inspecteur Xiomara de Vries is scherp, temperamentvol en heeft een koelkast waar je niet vrolijk van wordt. Maar hoeveel van haar is eigenlijk van mij? Spoiler: ik drink thee. En ik heb wél verse groente in huis.
Toen ik haar bedacht, wist ik meteen: ze moest karakter hebben. Geen grijze muis, geen stereotype speurneus. Xiomara is het soort vrouw dat een ruimte binnenkomt en de temperatuur verandert. Ze heeft Zuid-Amerikaans bloed, althans, dat heb ik haar gegeven. Zelf heb ik, ondanks mijn exotische achternaam, geen Latina-roots. Maar het leek me gewoon leuk om haar die twee culturen mee te geven. En ja, ze gooit er af en toe een Spaanse krachtterm uit. Alleen die. Geen poëtische zinnen of zwoele liefdesverklaringen. Gewoon een ferme ¡Mierda! als het haar te veel wordt.
Ze heeft het temperament van Zuid-Amerika, maar is stevig in Nederland geworteld dankzij haar vader. Dat contrast maakt haar interessant. Ze is geen wandelend cliché, maar een vrouw met lagen. En met een koelkast die meestal gevuld is met halfvergane groente en misschien een appel. Ik eet graag gezond, dus dat deel hebben we niet gemeen. Maar ik begrijp haar wel. Ze leeft alleen, werkt hard, en heeft weinig zin om voor zichzelf een driegangenmenu te bereiden. Een appel en een zak chips doen het ook.
Zelf ben ik jaren single geweest. En ik heb geworsteld met mezelf openstellen, net als zij. Dat is iets wat je niet zomaar uit je mouw schudt als schrijver, dat moet je gevoeld hebben. Xiomara is niet bang voor een moordenaar, maar wel voor intimiteit. Ze kan een verdachte onder druk zetten, maar raakt in paniek als iemand haar écht ziet. Dat snap ik. Dat heb ik ook gevoeld. En misschien is dat wel het mooiste aan fictie: dat je jezelf erin kwijt kunt, zonder jezelf te verliezen.
