Een horrorwinter in West-Brabant; Klimaatverandering als thema in ‘IJskoud’

In januari werd Nederland ineens bedekt door een dikke laag sneeuw. Zulke winters waren we al jaren niet gewend. Precies in die periode schreef ik de laatste hoofdstukken van IJskoud, waarin een nog extremere winter West-Brabant in zijn greep houdt. Ik voelde me bijna schuldig dat ik zo’n winter had afgeroepen 😉

In IJskoud legt een sneeuwstorm West-Brabant plat, de wereld staat stil. Een aantal mensen raakt ingesneeuwd, de verwarming valt uit. En dan wordt er iemand vermoord.

Die keuze voor zo’n extreme winter had een betekenis. Ik verwerk graag iets van de actualiteit in de verhalen. Klimaatverandering is een thema dat je vaak hoort en leest en in IJskoud is het meer dan alleen decor. De extreme weersomstandigheden beïnvloeden het onderzoek, de dynamiek tussen personages, en de keuzes die ze moeten maken.

Dat doe ik vaker. Zo ging Ben in ‘Verdoemenis’ op zoek naar nieuwe woonruimte, en merkte hij hoe lastig dat kan zijn. In ‘Gesmoord’ had het team te maken met personeelstekort, en dat liep niet altijd goed af. Ook kwam er een AI-assistent om de hoek kijken, en dan natuurlijk een die vooral níét hielp. Ik vind het interessant om van die maatschappelijke thema’s als achtergrond te gebruiken.

In IJskoud is de kou niet alleen fysiek; alles wordt erdoor verstoord, want het maakt mensen kwetsbaar. De bibliotheek wordt een afgesloten wereld, net als de B&B in Notendaal. En op beide locaties dringt de tijd.

Fictie mag iets zeggen over de wereld waarin we leven. Want het is onze dagelijkse realiteit, en daarmee hoop ik de verhalen iets levensechter te maken. Wat als er echt een sneeuwstorm met Siberische temperaturen over het land raast? Wat doet dat met ons, met onze omgeving? Dat vind ik interessant. Dus heb ik met plezier met dat beeld gespeeld.

En nu zit ik met die kop warme chocolademelk op de bank in een winters Denemarken. Temperaturen van -15 halen we hier ook al een hele tijd niet meer, maar gelukkig is de hygge, de gezelligheid, altijd aanwezig. Met een dekentje over me heen schrijf ik verder aan het volgende deel van Moord op de Brabantse Wal. Want aan ideeën ontbreekt het nog lang niet 😉