Soms is het alleen maar een gedachte
Wandelen is mijn schrijfhack, zo heb je misschien al gelezen in een eerder blog. Niet alleen om een knoop te ontwarren waar ik in terecht ben gekomen in mijn verhaal, maar ook om nieuwe ideeën op te doen.
Soms loop ik langs een bushalte, of een omheind veld, een raam op de eerste verdieping waar ’s avonds altijd licht brandt, of een huis dat vervallen lijkt maar toch bewoond wordt… er is veel te zien als je maar kijkt. En dan denk ik: daar zou een scène kunnen beginnen.
Ik schrijf het lang niet altijd op. Want soms komt zo’n gedachte op en verdwijnt dan ook weer naar de achtergrond, om op een heel ander moment weer boven te komen. En soms blijft dat plaatje weg, maar het gevoel dat ik erbij kreeg blijkt dan wonderwel te passen bij een scène van het verhaal dat ik aan het schrijven ben.
Sinds ik crimeverhalen schrijf, krijg ik geregeld de vraag: ‘Komt dat nog in een boek?’ Ik begrijp die vraag. Maar het antwoord is meestal nee. Het kan best een goed idee zijn, maar ik geef mezelf de ruimte om niet altijd iets met een idee te doen.
Schrijven is voor mij geen oogstproces waarbij alles wat ik zie, gelezen of gehoord heb, meteen een bestemming nodig heeft. Ik bedenk dingen, kauw erop en schuif ze soms aan de kant. Soms bekijk ik ze weken of maanden later nog eens, en soms komt het tussen de regels weer naar boven.
