Sinterklaas was bij ons thuis een feest van creativiteit. We waren met vijf kinderen, en zodra we het grote geheim kenden, begonnen de surpriseavonden. Mijn jongste broer en ik namen het Heel Serieus. In de herfstvakantie zaten we al op zijn zolderkamer, tussen de dozen technisch Lego, karton en restanten van eerdere knutselprojecten.

Hij bouwde constructies die moesten bewegen, draaien of iets onthullen. Ik schreef gedichten, meestal voor iedereen. Want als je eenmaal begint, kun je moeilijk stoppen. De lol zat niet alleen in het geven, maar ook in het bedenken. In het stiekeme overleg, het knutselen, het samen iets maken voor de ander.

Op het moment suprême werkte het Lego-mechaniek natuurlijk niet. Maar dat hoorde erbij. Dan werd er gelachen, geprutst, en uiteindelijk toch uitgepakt. De gedichten werden voorgelezen, vaak met een schaterlach. Het was warm, rommelig, en vol herinneringen.

Moord op de Brabantse Wal1125

Ik herinner me een Sint toen ik nog niet in het grote geheim was ingewijd, waarbij ik nieuwe kleren kreeg. Ik bleef me maar afvragen hoe Sint toch precies wist wat mijn maat was.

Maar mijn favoriete cadeau was altijd een boek. Dan verdween ik de dagen daarna onder de dekens, met ijsbloemen op de ruiten en een verhaal in mijn hoofd. Een ritueel dat ik nog steeds koester. Lezen in de winter, maar nu op de bank met een dekentje en een dampende mok thee erbij.

In mijn nieuwe boek is het ook winter. IJskoud zelfs. Maar dat vertel ik later. Eerst nog even genieten van herinneringen aan surprises die niet werkten, gedichten die rijmden op het randje, en de magie van een boek onder de dekens.