Twee thuiswerelden, wat een rijkdom

Heel lang geleden, toen de olifanten nog konden vliegen en de kakkerlakken op een luit speelden…

Zo begon een oom van me altijd met de verhaaltjes die hij zijn kinderen vertelde. Zou het in de genen zitten, dat schrijven? Misschien 😉

Feit is dat ik heel lang geleden, in die prehistorie, mijn eerste stappen zette op deze wereld. In Breda, in wat toen een oude dorpskern was. Later verhuisden we naar een nieuwbouwhuis in een buitenwijk waar nog driftig aan gebouwd werd. Uren heb ik er rondgezworven, vooral met mijn jongste broer. Die enorme zandbergen waren een geweldig speelterrein, en met die pvc-buizen kon je heel goed papieren pijltjes afschieten.

Kortom, een onbezorgde jeugd. Sprongetje voorwaarts naar mijn 24e levensjaar. Als achtergrondzangeres in een bandje leerde ik Bergen op Zoom kennen aan de hand van de cafés. De Angleterre, de Duif, en nog een paar waar ik de naam van vergeten ben. Ik vond het er heerlijk, en als die cafés al zo gezellig waren, moest de stad zelf dat ongetwijfeld ook zijn.

En dus verhuisde ik ernaartoe. Ik voelde me er gelijk thuis. Zoals Bert Bevers al schreef: Je hoeft hier niet geboren te zijn om hier vandaan te willen komen. Ontzettend waar!

Daar, op de rand van Brabant en Zeeland, woonde ik op verschillende plaatsen. Van Bergen op Zoom verhuisde ik naar Nieuw-Vossemeer, naar Notendaal (waar?! Nou daar), naar Bergen op Zoom, en als laatste een fijn huis in Halsteren. Een paar van de plaatsen die je zomaar nog tegen zou kunnen komen in Moord op de Brabantse Wal…

Desirée Tonino-Schrijfster van ‘Moord op de Brabantse Wal’

En nu… woon ik alweer 1,5 jaar in Denemarken, op Langeland; een eiland vol groen, natuur, hygge en ruimte. Hier wandel ik langs graanvelden en door bossen, drink ik thee met zicht op grazende reeën en geniet van de rust. Het is stil, maar nooit saai. Hier kun je uren dwalen over zandpaden die uitkomen bij het ruisen van de zee. Klauteren over de grote stenen die de kust versterken, of een zijpad nemen langs vakwerkhuizen, oude boerderijen, gele koolzaadvelden, dorpspleinen met een restaurantje dat in de zomer net aanvoelt als een lentedag in Zuid-Frankrijk.

Maar… elke paar maanden trekt Bergen op Zoom aan m’n mouw. Een vertrouwd duwtje terug naar die prachtige oude panden, en warme begroetingen. Ik loop dan langs het Markiezenhof, groet de Gevangenpoort, die zegt trouwens nooit wat terug, en eindig zoals altijd bij Best Wijnig. Erik schenkt in (geen thee, uiteraard) en heet me welkom terug.

Met één been in Snøde en één in Bergen op Zoom.

Wat een rijkdom, die twee thuiswerelden.