Heel lang geleden, toen de olifanten nog konden vliegen en de kakkerlakken op een luit speelden…
Zo begon een oom van me altijd met de verhaaltjes die hij zijn kinderen vertelde. Zou het in de genen zitten, dat schrijven? Misschien 😉
Feit is dat ik heel lang geleden, in die prehistorie, mijn eerste stappen zette op deze wereld. In Breda, in wat toen een oude dorpskern was. Later verhuisden we naar een nieuwbouwhuis in een buitenwijk waar nog driftig aan gebouwd werd. Uren heb ik er rondgezworven, vooral met mijn jongste broer. Die enorme zandbergen waren een geweldig speelterrein, en met die pvc-buizen kon je heel goed papieren pijltjes afschieten.
Kortom, een onbezorgde jeugd. Sprongetje voorwaarts naar mijn 24e levensjaar. Als achtergrondzangeres in een bandje leerde ik Bergen op Zoom kennen aan de hand van de cafés. De Angleterre, de Duif, en nog een paar waar ik de naam van vergeten ben. Ik vond het er heerlijk, en als die cafés al zo gezellig waren, moest de stad zelf dat ongetwijfeld ook zijn.
En dus verhuisde ik ernaartoe. Ik voelde me er gelijk thuis. Zoals Bert Bevers al schreef: Je hoeft hier niet geboren te zijn om hier vandaan te willen komen. Ontzettend waar!
Daar, op de rand van Brabant en Zeeland, woonde ik op verschillende plaatsen. Van Bergen op Zoom verhuisde ik naar Nieuw-Vossemeer, naar Notendaal (waar?! Nou daar), naar Bergen op Zoom, en als laatste een fijn huis in Halsteren. Een paar van de plaatsen die je zomaar nog tegen zou kunnen komen in Moord op de Brabantse Wal…
