Van Midsomer naar de Brabantse Wal: hoe ik mijn rechercheteam opbouwde

Mijn boeken zitten vol herkenbare plekken, spanning en een vleugje Britse elegantie. Niet toevallig: ik ben dol op Midsomer Murders. Die pittoreske dorpjes waar de lijken zich opstapelen en inspecteur Barnaby onverstoorbaar zijn werk doet, ik hou ervan. Maar ik wilde iets anders. Iets eigens. En vooral: een vrouw aan het roer.

Zo ontstond Xiomara de Vries. Geen Barnaby-kloon, maar een eigenzinnige inspecteur met temperament en een karige koelkast. En natuurlijk kon ze het niet alleen. Elk goed onderzoeksteam heeft een sidekick. Die eer viel aan Ben Jansen, en ja, dat is inderdaad Ben Jones uit Midsomer Murders. Misschien hadden sommige lezers het al geraden. Voor anderen: verrassing!

Mara focust zich op de zaak. Ze is niet zo handig met computers (understatement), dus er moest een slimme gast bij. Dat werd Said Daoudi. Zonder hem zouden ze nu nog steeds in een Excel-bestand zitten te zoeken naar verbanden. Said is analytisch, scherp en onmisbaar. Misschien krijgt hij ooit zijn eigen verhaal. Wie weet.

Dan was er nog iemand nodig voor het loopwerk. Oneerbiedig gezegd, maar je snapt wat ik bedoel. In deel 1 is dat Betty Middelkoop. Een klein grapje van mij. Mijn naam, Desirée Tonino, was jarenlang uniek in Nederland. Tot ik er nóg een tegenkwam: Desirée Tonino-Middelkoop. Ze is getrouwd met een neef van me. We hebben elkaar eens ontmoet, dat was heel leuk.
Zo kwam Betty Middelkoop in beeld. De voornaam is een knipoog naar Barnaby’s dochter, en de achternaam… nou ja, dat dus. En zoals altijd is het personage 100% fictief.

In deel 2 liet ik Betty vervangen door Yaa Owusu. Waarom? Omdat Betty een tikje te keurig was en ik wilde graag een vrolijk type. Yaa is razend slim, net als Betty, maar heeft iets swingends. Ze kan goed overweg met Ben, en voelt meer als een teamlid

Een goed team bestaat uit verschillende karakters, elk met een eigen verhaal. Langzamerhand leer je ze beter kennen. In elk deel licht ik een tipje van de sluier op. In Verdoemenis lees je al wat over Yaa’s achtergrond. En in deel 4 komt Ben meer naar voren. Misschien krijgt Said ook nog eens een eigen verhaal. Want één ding is zeker: in mijn boeken zijn het geen bordkartonnen figuren. Ze leven, botsen en groeien. En gelukkig lossen ze elke keer weer een moord op.